Op mijn vijftiende maakte ik voor het eerst kennis met de horeca. Na een 8-daagse loopbaan als hovenier ging mijn passie voor eten toch waar het niet gaan kon. Ik liet het onkruid achter mij en verruilde de hark voor een dienblad. Een nieuwe carrière was geboren.
In die acht jaar daarna kwam ik in de leukste, grappigste en soms ook gekste situaties terecht. Het begon allemaal toen ik op de bonnefooi aanbelde bij een groot evenementenbureau in de buurt. Mijn vakantiebaan als hovenier bleek nog geestdodender te zijn dan gedacht, maar ik durfde ook weer niet thuis te komen voordat ik wat anders had. Dus ik op mijn fietsje erheen en binnen vijf minuten maakte ik een carrièreswitch. Nog geen 24 uur later kreeg ik mijn vuurdoop in de horeca en wiebelde ik met een dienblad vol prosecco door een hossende mensenmassa. Vanzelfsprekend ging dit niet helemaal goed...
Als Benjamin van de groep was het in de begindagen best een cultuurshock. Terwijl de rest naar buiten ging voor een peuk werkte ik netjes door. In plaats van koffie (met Cointreau of Baileys) slurpte ik door een rietje mijn flesje Cola leeg. En waar de rest op zondag eerder dood dan levend binnen kwam strompelen, glimlachte kleine Sander als een vrolijk Alpenboerinnetje. Mede dankzij de altijd wisselende situaties vond ik redelijk snel mijn draai in de toch wel enigszins bizarre levensstijl van de horecaman. Zo stond de ene dag Gordon en het voorhoofd van Patricia Paay aan de bar tijdens opnamen van Hollands Got Talent en zag ik een dag later hoe mijn collega de trouwjurk van een kersverse bruid doofde met een karaf droge witte wijn. Langzaamaan begon ik van het vak te houden. Zo erg zelfs dat ik besloot naar de Hogere Hotelschool te gaan. Zo kwam ik op mijn zeventiende in hartje Londen terecht. Een avontuur om nooit meer te vergeten!
Na een half jaar Londen was het bij terugkomst tijd voor een nieuwe uitdaging. Via via belandde ik bij Het Groene Pandje. En nee, voor iedereen die niet uit Barneveld komt; dit is geen coffeeshop, maar een gezellig restaurantje. Met (bijna) alle collega's hadden we de grootste lol, ik kon onbeperkt aardappelen meesnoepen telkens als ik door de keuken liep en later dan 24:00 werd het zelden, dus een sociaal leven in het weekend was ook mogelijk. Ik was helemaal op mijn plek.
Voor wie denkt dat het werken in een restaurant niet spectaculair is, heeft het goed mis. In de afgelopen jaren maakte ik de gekste dingen mee die ik tot mijn dood niet zal vergeten. Van het altijd maar blijven lachen om de grap 'gooi de bon maar weg, want het geld krijg ik toch niet terug'. Gewoon niet meer doen mensen. Tot hét geweldigste familiefeest ooit waarbij oma het aan haar hart kreeg. Daar lag die arme vrouw -midden in het restaurant- terwijl de veertig koppen tellende familie over der heen stapte op weg naar het buffet. Tegen de tijd dat de ambulance arriveerde werden de desserts geserveerd, dus vervolgens stond de hele familie -met een bakje crème brûlée in de hand- toe te kijken hoe oma de ambulance in werd getakeld. En als je dit al erg vind, wees dan gerust. Het verhaal over een verdwenen kunstgebit en de daarop volgende zoektocht zal ik jullie voor deze keer besparen...
Maar aan alles komt een einde, dus ook aan mijn roemruchte carrière in de horeca. Na ruim 7,5 jaar bracht ik vorige maand voor de laatste keer uitsmijters van A naar B en ruilde ik mijn gezellige collega's in voor twee valsere exemplaren. Met een harde klap sloeg ik de restaurantdeuren definitief achter mij dicht. Op naar een nieuw avontuur!
Sander
PS: oma heeft het trouwens gewoon overleefd. Ze heeft in het ziekenhuis zelfs nog een halve bak visschotel buitgemaakt, omdat ze het zonde vond dat ze die avond nog helemaal niets had geproefd.