Zoals jullie hebben kunnen lezen zijn Sander en ik afgelopen week naar de Ballonfiësta in Barneveld geweest. Naast het zien opstijgen van ballonnen probeert de organisatie ieder jaar weer om hun bezoekers ook van ander vermaak te voorzien. Deze editie heeft men een dweilorkest gevraagd wat deuntjes te komen blazen.
Geïntrigeerd heb ik de eerste paar minuten het groepje muzikanten zitten bekijken. In eerste instantie hoop je dat ze één (kort) nummer spelen en daarna weer weggaan, zodat het voor iedereen leuk blijft. Maar halverwege hun eerste nummer weet je dat dit niet gaat gebeuren. Als het dweilorkest dan eindelijk ergens mag optreden, dan doen ze dat ook.
De leden van het dweilorkest kwamen met een soort hupje het terrein oplopen. Om aan hun publiek te tonen dat ze er super veel zin in hadden. Vanaf dat moment kreeg ik medelijden met ze. Ik heb één keer eerder zo'n hupje gezien. Bij het afzwemmen van mijn toenmalig 5 jaar oude buurmeisje. Zij kwam ook met een hupje het zwembad in lopen.
Na hun entree koos het dweilorkest positie vlak voor ons terras. Het eerste nummer, Bloed, zweet en tranen, gebruikte het dweilorkest om warm te draaien. Vooral bij de leden die trompet speelden kon ik dat goed merken. Tijdens het tweede nummer bewogen zij ritmisch hun trompet van links naar rechts, allemaal tegelijk. Steeds uitbundiger ook. Daar was op getraind, dat kon je wel zien.
De leden van het dweilorkest hadden een afritsbroek aan. Dat vond ik slim bedacht. Stel dat het plotseling heel warm zou worden, dan kunnen de muzikanten tijdens bijvoorbeeld het nummer Dann ruf ich wieder deinen Namen van Benny Neyman hun broekspijpen afritsen. Het afgeritste stukje broek kan dan het publiek in worden gegooid. Zoals drummers dat wel eens met hun drumstokjes doen. Allemaal voor de show.
Een oudere trompettist had ik al eerder op de avond aan de bar zien staan. Met een dienblad vol bier. Die moest de spanning even van zich afdrinken. Nu had hij het zwaar. Hij zette met veel moeite de trompet aan zijn lippen, kreeg er vijf deuntjes uitgeperst en stond daarna een halve minuut naar adem te happen. Het is lastig blazen als je alcohol op hebt. Dat vind ik ook.
Vooraan stond een jongen van een jaar of 18 op een trommel te slaan. Ik vraag me dan af hoe dat gaat. Dat zijn klasgenoten aan hem vragen of hij op een sport zit. Hij moet dan uitleggen dat hij bij het dweilorkest zit. Dat het minstens net zo zwaar als voetbal is. Althans, dat zegt zijn moeder. Het dweilorkest wordt het 'kweilorkest' natuurlijk en binnen no-time denkt de hele school dat de jongen bij de Jostiband speelt en met stukjes afritsbroek mensen staat te bekogelen.
Daar stonden ze dan, 25 muzikanten die er bij de lokale muziekvereniging zijn uitgeschopt. Vijfentwintig volwassen mensen die een clubje zijn begonnen en heel hard hun best hebben gedaan om hier zo'n raar mogelijke naam voor te bedenken. Dweilorkest De Hoetetoeters, de Kwakbergband, Lavasjkierie, ToeTerNieToe en de Kamgoarn Klösse: het zijn slechts een paar voorbeelden voortvloeiend uit de indrukwekkende creativiteit van de mensen die een dweilorkest starten.
Na het zevende nummer, Met Marlous Onder De Douche, stopte het dweilorkest eindelijk met spelen. Even vrees je nog dat ze terugkomen met een toegift, maar dat gebeurde niet. Het dweilorkest had zijn ding gedaan. Een diepe buiging, een laatste knik met het hoofd. Nog één keer met dat hupje het terrein verlaten. Het hoort er allemaal bij. Ze konden weer gaan oefenen voor volgend jaar.
Rick