Column

Patriottisme

Ook wel vaderlandsliefde genoemd. Een gevoel van trots voor (bepaalde aspecten van) het land van herkomst of land waarin een persoon woonachtig is

Afgelopen zaterdagavond bespeurde ik het weer eens. Het was een poos geleden. De laatste keer was bijna vier jaar terug, 11 juli 2010. Nederland speelde op het WK in de finale tegen Spanje en verloor, door een doelpunt diep in de extra tijd, met 0-1. Honderdtwintig minuten lang was het gevoel van patriottisme overweldigend aanwezig bij iedere Nederlander die naar de wedstrijd keek. Hun land, dat daar in de finale stond. Hún mannen.

Zaterdagavond was ik op een feestje dat buiten in de tuin werd gevierd. Net toen iedereen zijn of haar plekje had gevonden en wat te drinken had gepakt, hoorde ik een vrouw verderop zeggen dat Ilse en Waylon bijna moesten. Om haar heen meerdere mensen die enthousiast knikten en erover begonnen te praten. Dat verbaasde mij. Hadden we het over dezelfde Ilse en Waylon? Het duo dat op dat altijd oneerlijk verlopen Eurovisie Songfestival een heel saai, traag en nietszeggend nummer gaat zingen? Het duo dat toch wel ging floppen?

Daar bleek het inderdaad over te gaan. Ze hadden de finale inmiddels bereikt en dat was toch wel heel knap. En dat nummer? Dat was eigenlijk best wel goed, hoorde ik iemand zeggen. Natuurlijk, het bleef wel een rustig liedje, maar heel goed gezongen door twee prachtige mensen. Dat speelt natuurlijk ook mee. En die cameravoering, prachtig. Dat hadden ze bij de aankondiging van hun nummer, live in De Wereld Draait Door, ook moeten doen. Dan was er helemaal niet zoveel discussie over ontstaan. Daar waren ze van overtuigd.

Met genoegen heb ik naar de gesprekken staan luisteren. Het is zó typisch Hollands. Eerst met zijn allen iets afkraken, maar wanneer hetzelfde onderwerp successen behaalt, beweren dat je er altijd al in hebt geloofd. Nu het zangduo in de finale stond, moest er vanavond wel even gekeken worden. Dus zag ik een clubje dames met wijntjes en al naar binnen vertrekken, waar de televisie aanstond. De helft heeft de halve finale niet eens gezien, maar toch. 

Nadat Nederland aan de beurt was geweest, kwamen de dames hartstikke enthousiast terug. Dit moest Nederland wel gaan winnen. Ik zag meerdere selfies op Facebook voorbij komen waarbij de dames zichzelf hadden gefotografeerd met op de achtergrond het Songfestival aanstaan. Als bewijs. Dat ze het ook hadden gezien.

Niet veel later volgde de uitslag. Hetzelfde groepje verdween weer naar binnen, maar met hun ook vele kerels. Best lullig, want er had net iemand tientallen hamburgers uit de vriezer gehaald en op de barbecue gelegd, en die waren zo goed als klaar. Daar sta je dan, met 75 stevig doorbakken hamburgers. In een lege tuin. Net als ik hoorde ook de hamburgerman meerdere hysterische, euforische kreten uit de woonkamer komen, dus gingen we er even kijken. 

Nederland stond op het moment dat ik binnenkwam tweede. De feestgangers hadden zich in een onhandige opstelling om de televisie heen gewurmd. Toegegeven: met dit soort gelegenheden is Nederland op zijn best. Patriottisme, daar zijn we goed in. Zolang we  met zijn allen voor hetzelfde doel kunnen strijden, zijn wij Nederlanders hartstikke eensgezind. Dat gebeurde er zaterdagavond ook in die woonkamer. Iedereen was heel eventjes heel trots op zijn of haar land en kon niet hard genoeg de andere landen afzeiken.

Dat verwacht ik ook weer met het aanstaande WK in Brazilië. Vooraf zijn we allemaal hartstikke negatief over het Nederlands Elftal. Slechte selectie, ongunstig klimaat, moeilijke poule. We liggen er in de eerste ronde al uit. Maar let op: zodra het er eventjes op begint te lijken dat Oranje wél een ronde verder komt, worden we wereldkampioen. Want zo gaat dat met patriottisme. Daar komt heel veel optimisme bij kijken. 

Rick